A A A

De overheid wil meer controle hebben over de volkshuisvesting om de vastgelopen woningmarkt en de trage nieuwbouw weer op gang te brengen. Hoewel het kabinet is gevallen, zullen er de komende tijd verschillende nieuwe wetsvoorstellen aan het parlement worden voorgelegd. Sommige wetten zijn zelfs al aangenomen.

Omgevingswet

De bedoeling is dat deze wet vanaf begin 2024 van kracht wordt. Alle vergunningen voor ruimtelijke ordening worden samengevoegd in één vergunning, waardoor bestemmingsplannen, bouwvergunningen en milieuvergunningen overbodig worden. Gemeenten baseren de verlening van vergunningen op hun visie voor de omgeving. De volkshuisvesting krijgt een centrale rol in deze wet. Alle afspraken en regels voor elk gebied in Nederland moeten te vinden zijn in een nationaal datasysteem. Dit systeem wordt nog ontwikkeld. Automatiseringsproblemen hebben ervoor gezorgd dat de invoering van de Omgevingswet al een paar keer is uitgesteld.

Wet regie op de volkshuisvesting

Deze belangrijke wet zorgt ervoor dat de overheid (Rijk, provincies en gemeenten) meer controle krijgt over de woningmarkt en dat deze minder aan de markt wordt overgelaten. Het gaat om a) het aantal te bouwen woningen en de locaties, b) het betaalbaar houden en eerlijk verdelen van woningen (minimaal 30% sociale huur en 40% betaalbare huur/koop), c) het versterken van lokale afspraken en d) de samenhang tussen wonen en zorg. De wet heeft ervoor gezorgd dat alle regio's (waaronder de Metropoolregio Amsterdam) een 'Woondeal' hebben voor het nieuwbouwprogramma tot 2030. Ook moeten gemeenten in 2025 een visie op wonen en zorg hebben opgesteld, waarin de behoeften van verschillende doelgroepen op het gebied van wonen en bijbehorende zorg worden besproken. Het realiseren van nieuwe woningen is niet gemakkelijk. Problemen zoals stikstofregels, hoge bouwkosten en een tekort aan bouwvakkers vormen grote uitdagingen. Met de visie op wonen en zorg krijgen meer groepen (niet alleen vluchtelingen met een verblijfsstatus, maar ook mensen die uit de zorg komen en anderen) voorrang bij het toewijzen van woningen, waardoor 'gewone' woningzoekenden de komende jaren nog minder kans maken op een woning. Een ander probleem is huisvesting voor ouderen. Verzorgingshuizen zijn een aantal jaren geleden al verdwenen en ondanks de vergrijzing (het aantal mensen van 85 jaar en ouder groeit sterk) komen er geen nieuwe verpleeghuizen bij. Dit betekent dat steeds meer dementerende ouderen zelfstandig moeten blijven wonen.

Wet goed verhuurderschap

Deze wet is al vanaf 1 juni 2023 van kracht. Er worden maatregelen genomen om misstanden op de huurmarkt aan te pakken, met name bij particuliere verhuurders. Zij moeten een vergunning hebben en als ze zich niet aan de regels houden, kan deze vergunning worden ingetrokken. Bij woningcorporaties zijn dit soort problemen veel minder aanwezig. Het is wel belangrijk dat zij de woningen goed onderhouden. Als dit niet gebeurt, kunnen huurders naar een huurcommissie of de kantonrechter stappen. Gemeenten houden toezicht en huurders kunnen klachten indienen bij een meldpunt dat door de gemeente wordt ingesteld. Gemeenten kunnen boetes opleggen of zelfs het beheer van de woningen overnemen. 

Verbod op tijdelijke verhuur

Tijdelijke verhuur wordt verboden. Alleen huurcontracten voor onbepaalde tijd zijn nog toegestaan, met enkele uitzonderingen. Deze maatregel zal begin 2024 worden ingevoerd, als deze wordt goedgekeurd door de Eerste Kamer.

De Wet betaalbare huur, die op 16 juni is vastgesteld door de Ministerraad, moet nog worden goedgekeurd door de nieuwe Tweede Kamer. Deze wet beschermt huurders met een middenhuur (ongeveer €800 tot ruim €1.100 per maand) door het puntensysteem van het Woningwaarderingsstelsel te verhogen naar 187 punten (nu nog 142 punten).

Als de regel uit het 'Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting' wordt ingevoerd, moeten woningcorporaties eerst de zittende huurders en vervolgens andere huurders van sociale huurwoningen de mogelijkheid geven om te kopen voordat andere kopers in aanmerking komen.

Als de 2e fase van de Warmtewet van kracht wordt begin 2025, zullen gemeenten 'warmtekavels' aanwijzen waar een warmtenet of collectief warmtesysteem wordt aangelegd. De bedoeling is dat deze warmtenetten voornamelijk in handen van de overheid komen en de prijs niet langer gekoppeld is aan de gasprijs. Gemeenten zullen voor eind 2026 een 'Warmtetransitievisie deel 2' opstellen, waarin zij aangeven welke wijken of buurten worden afgekoppeld van aardgas. Voor de wijken of buurten die gepland staan vóór 2030, zal de gemeente ook de mogelijke warmte-alternatieven bekendmaken. Er zal een participatietraject worden opgezet om dit uitgebreid verder uit te werken.