Huurders Vereniging Almere

Omdat er iemand aan uw kant moet staan

Werkplan HVA 2019

 

Omdat er iemand aan uw kant moet staan

 

Woningzoekenden en huurders willen erbij horen en niet aan de kant staan!

 

Een plan van aanpak…

 

 

 

Inleiding

In onze twee vorige werkplannen zijn we zeer uitvoerig ingegaan op de vastgelopen Almeerse sociale huurmarkt.

Nu is het woord markt hier een verwarrend begrip. Want voor de mensen met een kleine beurs bestaat er helemaal geen markt. Zij zijn geen eigenaar en dus geen consument die vrij kan kiezen. Voor hen rest een lange wachtrij, of ze vallen in de kloof tussen sociale huur en vrije sector. We toonden in de vorige werkplannen met veel rekenwerk en grafieken aan dat er een schreeuwend tekort is aan sociale huurwoningen en huurwoningen net even boven de huurprijsgrens. Gewapend met dit inzicht zijn we met de twee andere Almeerse huurdersverenigingen het overleg met de gemeente Almere en de drie woningcorporaties ingegaan. Het resultaat zijn de prestatieafspraken 2017 en 2018. Een eerste constatering nazomer 2018, is dat het geringe aantal nieuw te bouwen sociale huurwoningen in 2018 niet gehaald wordt.

We constateren ook wat anders: en dat is dat gemeente en Almeerse corporaties een deel van de schaarste menen te kunnen opvangen door groepen woningenzoekenden een speciale status te geven, met als gevolg dat reguliere woningzoekenden het nakijken hebben.

Dit is denken in schaarste waar volgens ons ook het idee van ‘het passend wonen’ in past. We komen hier in ons werkplan op terug.

 

Andere belangrijke onderwerpen van de prestatieafspraken zijn duurzaamheid, woonoverlast en innovaties op het terrein van vernieuwend wonen[1]. Twee corporaties spreken bovendien over het opzetten van wooncoöperaties.

 

Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp, niet alleen voor het milieu, ook voor de portemonnee van een huurder. Tot nu toe zien we meer gegoochel met cijfers dan dat een maximaal aantal woningen een energielabel B of beter, krijgen. Duurzaamheid is meer dan de gaskraan dichtdraaien en overschakelen op elektra of andere warmtebronnen[2]. Het draait om goede isolatie. Daar heeft een huurder geen invloed op. Wel betaalt hij als de woning niet goed is geïsoleerd gemiddeld 70 tot 150 euro per jaar extra aan energiebelasting en opslag duurzame energie[3]. Als de verhuurder wel een oudere woning afdoende isoleert, verhoogt dit de punten van de woningwaardering. Wat maakt dat de maximaal redelijke huur hoger wordt en bij een mutatie een hogere huur kan worden gevraagd, of als een huurder meer verdient dan het inkomen voor de huurtoeslaggrens de huurverhoging jaarlijks flink uitpakt. De HVA maakt zich er uiteraard sterk voor dat extra kosten van duurzaamheid en energietransitie niet bij de huurder terecht komen.

 

Woonoverlast neemt toe, melden de media. Zij weet wel hoe dit komt: de

individualisering. Maar deze constatering is te simpel. Plaatsen instanties zelf niet mede ‘problematische’ huurders in vaak al kwetsbare buurten? Interessanter is de vraag waaruit overlast precies bestaat en hoe daar het beste op kan worden ingespeeld. We tonen aan dat om overlast tegen te gaan een simpele aanpak beter werkt dan de inzet achteraf van een batterij aan dure professionals.

 

Innovaties op het terrein van vernieuwend wonen voor met name mensen met een kleine beurs komen niet van de grond. Gemeente en corporaties praten erover, bedenken wel oplossingen vóór de mensen, maar er volgt geen beweging.

We zien een bijzonder verschijnsel. Hoe meer een institutie denkt vóór de mensen, hoe meer zij mensen naar de zijlijn duwt en marginaliseert. Als je geen eigenaar kunt zijn van je eigen probleem, voel je ook geen verantwoordelijkheid voor de oplossing. We menen dat hier ook de wortel ligt voor een afnemende participatie. Mensen mogen participeren, maar wel binnen de kaders die een organisatie stelt. Logisch dat veel mensen daarvoor passen!

 

Waar we voor staan is goed en betaalbaar wonen in wijken waar je je thuis voelt. Maar ook staan we voor actieve participatie. In dit werkplan laten we de cijferbrij van het woningtekort achterwege. Cijfers en analyses vindt u uitvoerig terug in onze twee vorige werkplannen. Dat er betaalbare sociale huurwoningen bij moeten komen, is een voldongen feit. Dat we er alles aan doen om de belangen van de huurders van Ymere zo goed mogelijk te behartigen, spreekt voor zich. Zeker van belang bij al onze activiteiten zijn de leden van de HVA, de bewonerscommissies. Zij zijn de ambassadeurs in de buurtjes en woongebouwen en staan voor woonkwaliteit, leefbaarheid en sociale cohesie.

 

We beperken ons in dit werkplan tot één hoofdthema. Kort maar krachtig willen we een lans breken voor actieve participatie, voor eigenaarschap. We tonen voorbeelden. En geven aan hoe een totaal nieuwe weg kan worden ingeslagen. Een weg die organisaties tot nu toe, vaak onbewust, met tal van versperringen blokkeren.

 

 

In de navolgende hoofdstukken leest u over:

  1. Verdringing in de wachtrij
  2. Bühne oplossingen
  3. Eigenaarschap
  4. Actieve participatie – voorbeelden
  5. Pilot actieve participatie
  6. Tot slot

 

 

 

 

 

1.     Verdringing in de wachtrij

 

Woningzoekenden en huurders krijgen het steeds moeilijker in Almere. Woningzoekenden zien de wachttijden almaar oplopen. Ook loting biedt weinig soelaas, want de koek is klein. Specifieke groepen hebben ook nog eens voorrang. Voor reguliere woningzoekenden resten slechts wat kruimels[4].

 

De toestroom van Amsterdammers naar Almere neemt flink toe door de torenhoge kooprijzen in de hoofdstad. Dit, gevoegd bij de interne Almeerse koopvraag, levert een forse stijging op van de koopprijzen. Woningzoekenden en huurders met een inkomen net boven de huurprijsgrens zitten hierdoor klem. Een te hoog inkomen voor een schaarse sociale huurwoning en een te laag inkomen voor de vrije huursector en koopmarkt.

 

Door de hogere koopprijzen neemt ook de WOZ-waarde toe en daarmee de maximaal redelijke huur. Hierdoor ontstaat een verleidelijke keuze voor een corporatie om een huurder met een boven modaal inkomen een forse huurverhoging op te leggen, waardoor de woning tot flink in de vrije sector range terechtkomt. Zeker zeer problematisch als je niet kan kopen, omdat je te weinig inkomen hebt voor een markt waar de koopprijzen over de kop gaan.

 

 

2.     Bühne oplossingen

 

Corporaties denken na hoe enige beweging kan ontstaan in het klemmende sociale huurbestand. Zo wil een aantal verhuurders aan huurders die te groot wonen de keuze geven of verhuizen naar een kleinere woning, of, afhankelijk van het inkomen, een hogere huur betalen. Woon je te goedkoop dan geldt al dat jaarlijks de huur flink verhoogd kan worden. Maar de gedachte is om periodiek een exacte inkomenscheck uit te voeren en de huur op het actuele inkomen af te stemmen. Een pleidooi van een aantal woningcorporaties – het manifest Passend Wonen – om dit wettelijk mogelijk te maken, ligt inmiddels bij de minister.

 

Nog los van het feit dat dit schuiven is binnen de vierkante millimeter, ontkennen betreffende verhuurders hiermee een algemeen sociaal fenomeen. In de regel verhuizen mensen vanzelf wel als hun inkomen fors toeneemt. Bij een hoger inkomen ontstaan keuzes en kiest men voor meer passendheid, comfort en luxe. Juist de mensen met net een paar euro’s meer inkomen zijn hier de klos. Ouderen die zelf tot de conclusie komen dat ze kleiner willen wonen, zoeken zelf wel naar mogelijkheden – maar dan moeten er wel woningen op Woningnet worden aangeboden. Woningen die gewoon regulier verworven kunnen worden.

De verhuurders ontkennen nog meer. Het recht op wonen, het gevoel van eigenaarschap over je eigen woonstulp. En het ontstaan van uniforme, probleemwijken met uitsluitend kwetsbare bewoners met een krappe portemonnee.

 

Wat te denken van het voorbeeld van mevrouw De Boer[5]. Zij woont ‘te groot’ en te ‘goedkoop’. Mevrouw is 80 jaar en sinds drie jaar weduwe. Ze woont al 20 jaar in haar huurwoning. Af en toe komen haar drie kinderen over, die ver weg wonen, en blijven meestal een paar nachtjes slapen. Mevrouw de Boer is slecht ter been, maar de buurtjes regelen voor haar de wekelijkse boodschappen. Mevrouw is vertrouwd met haar buurtje, met de omgeving, en noemt het haar thuis. Maar dan valt er van de verhuurder op de mat….

 

Het lijkt wel in algemene zin of de focus van de corporaties meer is gericht op huurmaximalisatie dan op de belevingskant en het welzijn van woningzoekenden en huurders. Gelukkig bestaan er nuances zoals we ook zien bij onze eigen verhuurder[6].

 

Ingrijpende veranderingen brengen verhuurders met een veelheid aan moeilijke en vaak Engelse woorden. Het is een verdienste bij uitstek van de professionals dat het allemaal heel logisch klinkt. Maar als je het op je laat inwerken, voelt het als een ongemakkelijke ervaring, alsof je op een stekelvarken zit en net moet doen alsof je niks voelt.

 

Wat speelt is dat er te weinig sociale en betaalbare woningen voor handen zijn. En dat een huurwoning geen voorziening is, maar een thuis. Mensen zijn gehecht aan hun woning, omgeving, hun straat, hun buurtjes, hun huis. Het is een thuis, een deel van je identiteit. Het geeft sociale contacten, en zingeving.

 

Dat de nood onder vele groepen woningzoekenden groot is, blijkt wel uit het project de Aardbei. 80 huurders, jongeren tot 27 jaar, ontvingen onlangs hun sleutel. 620 jongeren die hadden gereageerd vielen buiten de boot. Bij de leeftijd van 32 jaar moet men de woning weer verlaten. Waar onze sociale verhuurders niet thuis gaven, regelde Socius Wonen de transformatie van dit kantoorpand. Een prima prestatie dat getuigt van lef en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Echter na vijf jaar mogen deze jongeren wel aanschuiven in de lange wachtrij van woningzoekenden.

 

We gaan er zonder enige twijfel vanuit dat de Almeerse corporaties het beste voor hebben met de mensen waarvan zij het moeten hebben. De mensen die met de maandelijkse huur zorgen voor de corporatieomzet, imposante kantoren, werkgelegenheid en carrières.  Helaas biedt geschuif in de marge van de woonruimteverdeling geen soelaas. Het is niet anders; er moet fors worden bijgebouwd!

 

 

3.     Eigenaarschap

 

Het mag duidelijk zijn dat de HVA geen kans onbenut laat om gemeente en corporaties aan te zetten tot meer sociale woningbouw. Maar we willen niet alleen op deze trom slaan.  We willen ook het moment gebruiken om een onderwerp te belichten dat door het actuele tumult volledig onderbelicht is: het maatschappelijk eigenaarschap.

 

We nemen een paar reuzenstappen door de geschiedenis van het wonen. De sociale woningbouw begon met de oprichting van vele kleine verenigingen, waar weliswaar notabelen de koers bepaalden, maar de zeggenschap bij de leden, de huurders, lag. Een neoliberale tsunami veranderde eind jaren 80 van de vorige eeuw dit vertrouwde decor.

Met een absoluut geloof in de vrije markt volgde ook een gekunstelde privatisering van de corporatiesector. De leden, de maatschappelijke eigenaren en door lokale belangen betrokken toezichthouders, werden overrompeld en buiten de deur gezet. Verenigingen werden stichtingen. De lijfspreuk werd: groot, groter, grootst.

Een onzichtbare hand zou de vrije markt wel bestieren en reguleren[7]. Geluk en welvaart zou iedereen toekomen. De schaduwzijde ervan was dat het eigenaarschap over iets dat zo belangrijk is, als het wonen, volledig uit beeld verdween.

Woningzoekende en huurder werden een cijfer, bytes, die statistisch benaderd en bewerkt worden.

 

Deze ontwikkeling roept een paradox op: aan de ene kant worden woningzoekenden en huurders op afstand gezet, wordt er voor hen gedacht, worden er over hun hoofden heen zaken geregeld en aan de andere kant worstelen corporaties met de vraag waarom huurders maar niet willen participeren, of waarom inspraakorganen nagenoeg alleen nog maar uit ouderen bestaan.

 

De antwoorden zijn simpel en ingrijpend. De betuttelfactor van corporaties ligt hoog. Wat zij verstaan onder participatie is institutionele participatie. Zij bepalen namelijk het spel, het speelveld en de spelregels.

 

Een eenvoudig voorbeeld. Je heet Guido, je bent 12 jaar en wilt voetballen. De plaatselijke voetbalvereniging is op een kwartiertje fietsen. Vader schrijft je digitaal in en op de eerstvolgende woensdagmiddag ga je op de fiets, een beetje verlegen maar nieuwsgierig, naar de club.

 

Stel nu dat er een vergissing in het spel is en Guido op de klaverjas voor ouderen terechtkomt. Daar wil hij niet zijn, ook al nodigen de kaarters hem uit eens een potje mee te spelen. Hij heeft er niets mee: het kaarten en de mensen raken hem niet. Want hij wil voetballen.

 

Nu heet je geen Guido, maar Mariska Je ben 28 jaar, woont nog thuis en staat al vanaf je 18e jaar ingeschreven bij Woningnet. Je reageert op de schaarse aanbiedingen die er zijn, je doet mee aan de loting, maar niets. Dan vraagt de corporatie via je ouders, huurders van de woning, of je wilt deelnemen aan een jongerenpanel of misschien wel belangstelling hebt voor een zetel in de huurdersraad. Je weet niet wat dit allemaal inhoudt. Een paar dagen kleppert de brievenbus. Een dikke enveloppe met allerlei beleidsstukken over participatie valt op de mat. Wat moet ik daarmee, denk je, ik wil een huis.

 

Actieve participatie lukt alleen als het aansluit op de leefwereld van een potentiele participant, als het zijn/haar probleem of verwachting, fascinatie, raakt. Dit betekent dat er veel meer in leeftijdsfasen gedacht moet worden. Zo heeft een jongere, een starter, heel andere problemen of toekomstbeelden, dan de leden van een beginnend gezin, of de oudere die net het laatste kind ziet uitvliegen, of de senior die van zijn rust geniet, goed woont en zijn opgebouwde levenswijsheid graag wil inzetten voor bijvoorbeeld het werk van een huurdersbelangenvereniging.

 

De grote makke is dat woningcorporaties, gemeenten en zorginstellingen zo groot en complex zijn geworden, dat ze star, log en bureaucratisch zijn. Alles wil men kunnen overzien, beheersen en controleren. Dit maakt een organisatie intern gericht. Als blijkt dat twee schakels niet goed aansluiten, zet men er een schakel tussen waardoor het systeem alleen maar groeit. Dit gebeurt intern, maar ook extern. Woningen toevoegen betekent in de Almeerse situatie buiten de eigen grenzen treden om creatief mogelijkheden aan te grijpen. Maar het is een ingeslepen routine om zich bij fricties te fixeren op wat nog enigszins hanteerbaar is. In ons geval van de woningschaarste, te morren aan de woningverdelingssystematiek.

 

Ingrijpende besluiten vinden bij maatschappelijke organisaties doorgaans binnenkamers plaats. Dat werkt koekoeksparticipatie in de hand. Bestuurders komen even uit hun koekoeksklok om een besluit mee te delen en gaan snel weer naar binnen. Natuurlijk mag je meepraten, maar de besluiten liggen vast. Je kunt praten wat je wilt, maar als een corporatie niet bijbouwt dan heb je het te doen met een toelichting[8].

 

 

 

Er zijn heel wat voorbeelden waaruit blijkt dat mensen verantwoordelijkheid nemen als ze ook mogen meebeslissen en meedoen. Het kernbegrip is maatschappelijk eigenaarschap. Zolang organisaties niet kunnen aansluiten op wat mensen echt bezighoudt, is alle streven naar participatie op voorhand een verloren zaak.

Anders gezegd: zelf kunnen meebeslissen in voor jou belangrijke kwesties en zelf kunnen meewerken aan een oplossing, maakt dat je er ook de verantwoordelijkheid voor wilt nemen. Beslissingsmacht en verantwoordelijkheid horen bij elkaar en vormen het fundament voor actieve participatie. Wie geen regie heeft over zijn eigen situatie voelt er weinig voor plannetjes van anderen uit te voeren.

 

We hebben het fundament voor actieve participatie beschreven. Er is echter nog meer aan de hand. Mensen voelen zich machteloos als er niet naar hun problemen, fascinaties, wat hen bezighoudt, wordt geluisterd. Als zij een steuntje in de rug missen om zo veel als mogelijk zelf hun probleem op te lossen. Als ze geen kans zien hun fascinaties en dromen waar te maken. Als je de dingen uit handen moet geven en stilzittend op de bank moet afwachten wanneer je voor een woning aan de beurt bent.

 

Afhankelijkheid werkt sterk door. Belangrijk is dat je zeggenschap hebt in je werk, in je persoonlijk leven, in je woon- en leefomgeving en in je contacten met instanties en hulpverleners. Wanneer dit ontbreekt ontstaat er samen met een lage opleiding en minder gezonde voeding, een gevaarlijk mengsel. Een amalgama[9] voor deprivatie en verminderde gezondheid[10]. Statistisch hebben mensen in een arme wijk in tegenstelling tot een rijke wijk een 10 jaar lagere levensverwachting en 19 jaar minder in goede gezondheid.

 

Ervaren gezondheid Utrechtse Volwassenen, volksgezondheidsmonitor.nl

 

Onlangs trof mij een opmerking van een huurder. Hij vertelde dat zijn zoon na de scheiding weer bij hem is ingetrokken, en dat daardoor de huurtoeslag nagenoeg wegviel. ‘Waarom zou ik in een huurdersraad deelnemen als praten over huurverhoging toch niks uitmaakt. Voorheen kreeg ik elk jaar gewoon meer huurtoeslag, nu een fikse huurverhoging, omdat we meer inkomen hebben. Daar doet geen moedertje lief wat aan’.   Wat hem en zijn zoon raken: is een huisvestingsprobleem!

 

Eigenlijk kun je het bovenstaande in twee woorden samenvatten. We zijn de menselijke maat kwijtgeraakt.

 

Zolang woningcorporaties systeemwaarden als efficiëntie, controle en doelmatigheid blijven verkiezen boven menswaarden zoals aandacht, vertrouwen en maatschappelijk eigenaarschap, blijft alles bij het oude.

 

Het is zeker lastig om als woningzoekende, huurder, eigenaarschap over voor jouw belangrijke zaken te claimen. Een organisatie heeft namelijk meer macht. De macht van een ‘machteloze’ is vaak beperkt tot klagen. Een organisatie heeft daarentegen een rijk gesorteerd palet aan macht:

  • Positiemacht (hij die uiteindelijk besluit),
  • Referentiemacht (de bestuurder, de professional, verscholen in een imposant gebouw, waartegen men opkijkt),
  • Deskundigheidsmacht (hij die op een bepaald gebied de kunde heeft, bepaalt),
  • Informatiemacht (hij die controle heeft over de informatie, deze kan delen of achterhouden),
  • Middelenmacht (hij die toegang heeft tot de middelen).

 

Dit maakt dat de relatie huurder en professional van een woningcorporatie per definitie hiërarchisch is. De professional heeft de institutionele logica, protocollen, wet-en regelgeving, taalvaardigheid en het eigen belang aan zijn kant. Zet dit eens af tegen een niet gering percentage huurders dat afhankelijk is van instanties, kampen met schulden, gezondheid en laaggeletterdheid[11].

 

De lange arm van corporaties reikt ver. Je zou denken dat buurtbewoners een medezeggenschap hebben in kwesties die het leefklimaat aangaan. De praktijk is weerbarstig. In nogal wat gevallen leggen verhuurders buurtbewoners allerlei regeltjes op als zij initiatieven nemen om bijvoorbeeld zelf de schoonmaak van een trappenhuis te regelen of een binnentuin op te fleuren. Dit is allemaal wel bekend en niet nieuw. Laten we eens een andere situatie bij de kop pakken – verwarde personen.

 

Steeds meer verwarde personen komen door de extramuralisering in buurtjes te wonen die in zichzelf al kwetsbaar zijn. Psychotisch gedrag is iets wat bij verwardheid veel voorkomt. Dit voelt voor direct omwonenden vreemd en beangstigend aan. Het spookt door hun hoofd; wat als er brand uitbreekt, wat als mogelijke agressie zich tegen mij richt, wat als ik voor de derde nacht opeen uit mijn slaap gehouden wordt door gekrijs of harde muziek. Vragen die opdoemen zijn; hoe pak ik dit aan, en hoe ga ik eigenlijk om met een verward persoon? Na wat incidenten bel je na verloop van tijd betreffende instanties. Het antwoord is: ja hoor, de situatie is ons bekend, we werken eraan…

Het is toch vreemd dat bij zo’n inbreuk op de leefbaarheid directe buurtbewoners, vooraf aan de huisvesting van een verwarde bewoner, niet geïnformeerd en gehoord worden. Dat er geen ruimte is voor hun zorgen, angsten en bezwaren. Absoluut een gemiste kans om in gezamenlijkheid een modus te vinden om het prettig en veilig wonen te borgen. Leefbaarheid is een co-productie!

 

Een reactie op een meer gelijkwaardige relatie tussen instanties en bewoners kan zijn dat bij eigenaren van koopwoningen toch ook geen buurtgesprek plaatsvindt. Dat klopt. Het verschil is dat huizenbezitters per definitie (economisch) eigenaar zijn, zij nagenoeg niet worden geconfronteerd met het inplaatsen van verwarde personen next door. Zij als praten niet helpt, zelfstandig juridische hulp kunnen inschakelen en zelfs een rechtelijke procedure kunnen opstarten.

 

Mevrouw Jongerius[12] maakte onlangs een bedreigende situatie mee met haar verwarde buurvrouw. Ze schetst een ingrijpend relaas en voegt hieraan toe: ‘je staat als omwonende gewoon in de kou…ik begrijp niet waarom ze niet een aantal woningen bij elkaar nemen en hier een verpleger of zo opzetten. Die kan toch dagelijks even langs om een praatje te maken en een oogje in het zeil te houden. Nu buitelen de hulpverleners over elkaar heen, staan buurtbewoners overal buiten, wat kost dat allemaal niet…’

 

Onderstaande tekening laat zien dat maatschappelijk eigenaarschap voldoet aan een primaire menselijke behoefte om erbij te horen en plezier te hebben in dingen die je zinvol vindt, maar dat de groene bal steeds kleiner wordt naarmate instanties invloed op essentiële delen van je leven overnemen.

 

 

Woningzoekenden en huurders meer eigenaarschap toekennen vraagt om een gekantelde organisatie. De piramide op de kop. Een directie die algemene lijnen en brede kaders uitzet, faciliteert en ruime bevoegdheden toekent aan de managers en medewerkers in de regiokantoren. De vraag voor hen is dan hoe gaan we om met de lokale volkshuisvestelijke knelpunten en hoe pakken we dit op in samenwerking met de belanghebbenden. Het resultaat is drieledig: 1. manager en medewerkers voelen zich eigenaar van benoemde knelpunten en verantwoordelijk voor de aanpak en het resultaat; 2. betrokken woningzoekenden en huurders ervaren dat er naar ze geluisterd wordt, dat ze gesteund worden en dat ze zich verantwoordelijk kunnen voelen, en 3; in gezamenlijkheid wordt er een succes geboekt in het oplossen van een knelpunt.

 

Door het kantelen van een woningcorporatie verdwijnt de term klant en consumptieve keuzevrijheid. Een nieuwe term treedt op de voorgrond: collectieve zeggenschap. Achter dit begrip gaat een wereld schuil van sociaal kapitaal en creativiteit.

Institutionele participatie is gericht op het waar maken van interne organisatiedoelen. Actieve participatie daarentegen geeft burgers de vrijheid terug. De mogelijkheid om mee te beslissen over zaken die van belang zijn. Waar ze zich met hart en ziel aan willen verbinden. Het activeert een maatschappelijk, democratisch bewustzijn en het doorbreekt de tweedeling tussen instanties en de mensen die nu aan de zijlaan staan.

 

 

 

Willen gemeente en de drie Almeerse corporaties echt inzetten op actieve participatie dan zullen zij een totaal andere weg moeten inslaan. Een kanteling van een organisatie is niet zomaar geklaard. Dat vergt visie, lef, uithoudingsvermogen en vooral tijd.

 

Voor de tussentijd willen wij direct al de weg inslaan van het maatschappelijk eigenaarschap en actieve participatie. Meer hierover onder het hoofdstuk ‘Pilot actieve participatie’.

Eerst gaan we in op een aantal sprekende voorbeelden van maatschappelijk eigenaarschap en actieve participatie.

 

 

4.     Actieve participatie

 

We schetsen ter illustratie van ons pleidooi eerst een voorbeeld waarin met name een woningcorporatie regelend, repressief en gericht op passieve participatie een spaak in het wiel steekt van actieve buurtbewoners die zich mede-eigenaar voelen van hun straat. Het tweede voorbeeld ontlenen we aan de gemeente Gent in België, waar we zien dat het ook anders kan.

 

Een prachtige zomer ligt nog maar even achter ons. Op een van de hete dagen vatte een aantal buurtbewoners van de wijk het Rode Dorp in Deventer het plan op een zwembad in de straat neer te zetten. Vol enthousiasme en plezier gingen ze aan de slag. Nadat de klus was geklaard sprongen en plonsden de kinderen in het heldere koele water. De vrolijkheid was echter van korte duur. De gemeente stak er een stokje voor, want het bad stond deels op de openbare weg en als er iets gebeurt is de gemeente aansprakelijk, en dat wilde ze niet.

Na veel heisa volgde er uiteindelijk een open gesprek. Afspraken werden gemaakt om de veiligheid te borgen, het bad moest worden ondersteund en iets verplaats van de openbare weg af. Eind goed al goed. Tot de betreffende woningcorporatie op het toneel verscheen. Het bad stond nu te dicht op de gevels en dat kan niet. Dus direct verwijderen. Bleek een gesprek met de gemeente mogelijk, de deur van de corporatie bleef dicht. Het antwoord was: of weghalen of er volgen juridische stappen.

 

Nadat het conflict de landelijke pers haalde, kwamen ook bewoners van andere wijken in actie en al snel verschenen er op meerdere pekken in de stad kleine zwembaden.

 

 

 

We verlaten Deventer en bezoeken Gent. Een aantal bewoners wilde meer met hun straat doen dan het alleen als parkeerplaats te benutten. Met de lokale supermarkt vonden ze een oplossing voor het parkeren. In de zomermaanden mocht de parkeerplaats van de super gebruikt worden. Vervolgens stapten ze naar de gemeente. Die keurde het plan niet af, maar stelde wel een aantal eisen in verband met de veiligheid en toegankelijkheid in geval van brand en ongevallen. Een aantal regels werd in gezamenlijkheid opgesteld waarop de gemeente zei hierin vertrouwen te hebben en voor de bewoners in de zomermaanden de straat te voorzien van meubilair en kunststof grasmatten. Dit initiatief werkte zo aanstekelijk dat andere straten met vergelijkbare voorstellen kwamen. In een interview vertelt een vrouw van dik in zeventig het volgende: ‘Ik woon hier al 40 jaar en sprak eigenlijk nooit met me buren, iedereen heeft het altijd druk hè. Gisteren belde de buurman aan of ik buiten wilde mee-eten. Heel gezellig, het buurmeisje zat bij me op schoot’.

 

 

De clou is helder. Actieve participatie ontstaat als mensen zich mede-eigenaar kunnen voelen, als het gaat om zaken die hen aan het hart liggen. In bovenstaande voorbeelden kwamen buurtbewoners zelf in actie. Bij woonruimte ligt het lastiger. De mogelijkheden om zelf iets aan je woonprobleem te doen, zijn beperkt, zeker als je de kennis ontbreekt om zelf aan de slag te gaan en je vastzit in het idee dat alleen een instantie je probleem kan oplossen. Geldt dit niet voor veel van de woningzoekenden in de lange wachtrij van Woningnet. Juist hier is een steuntje in de rug noodzakelijk. Wat is er mooier dan het mobiliseren van collectieve intelligentie. Als dat lukt, komen er mooie oplossingen.

 

 

5.     Pilot actieve participatie

 

We hebben in ons plan van aanpak 2019 een aantal knelpunten centraal gesteld. Het gebrek aan sociale huurwoningen, de trend dat het maatschappelijk eigenaarschap van bewoners steeds meer raakt ingeperkt, en passieve participatie versus actieve participatie.

 

Woningcorporaties hebben er belang bij, gelet op hun maatschappelijke functie en overheidsvoorschriften, dat het vlammetje van de participatie niet dooft. De gemeente heeft er belang bij, gelet op de prestatieafspraken, dat er innovatieve woonvormen tot stand komen, dat er sociale huurwoningen bijkomen, en zelfbouw en vormen van eigenaarschap ook voor lagere-inkomensgroepen bereikbaar worden. Het belang voor de gemeente is nog breder. Zo is er een transitie gaande in het sociaal domein. Het doel daarvan is: dat er meer aangesloten gaat worden op de eigen kracht van mensen, zodat de volgende maatschappelijke effecten bereikt worden:

  • Ontwikkelkansen, zodat ieder naar eigen kunnen kan meedoen;
  • Inwoners betrekken bij leef- en woonomgeving;
  • Versterken van sociale verbanden;
  • Het verhogen van de psychische en fysieke gezondheid;  Meer Almeerders financieel zelfredzaam;  Het oplossen van laaggeletterdheid.

 

Niet op de laatste plaats heeft ook de HVA een belang: het bereiken van meer eigenaarschap voor woningzoekenden en huurders. Het is overduidelijk dat echte zeggenschap over zaken die je raken, leidt tot ontwikkeling, sociale binding, participatie  en actie.

 

Eigenaarschap als fundament voor bovengenoemde maatschappelijke effecten.

 

 

Een doorbraak op dit vlak is nodig. Een pilot kan de nodige inzichten bieden om nieuwe  wegen uit te zetten om het eigenaarschap op vele vlakken van het wonen mogelijk te maken. We moeten door en niet blijven steken in mooie intenties.

 

De HVA zoekt contact met woningzoekenden. Het doel is een open dialoog aan te gaan over pijnpunten bij het verkrijgen van een woning, eigen ideeën over wonen en mogelijke oplossingen.

Er zal niet gewerkt worden met een voorgeprogrammeerde agenda. Het is een procesaanpak. De uitkomsten staan dus volledig open. Wij zullen initiatieven die ontstaan actief ondersteunen zonder hierbij de regie over te nemen. De deelnemers blijven zelf eigenaar van de ideeën en acties. Uiteraard zal vooraf aan deelnemers worden verteld dat de verkenning en mogelijke acties helemaal openstaan, maar dat er wel een basis uitgangspunt is: de HVA lost het probleem niet op, wel denkt zij mee en brengt zij haar kennis, ervaring en inzichten in.

 

De aanpak van de pilot kent een aantal fases:

  1. Het werven van kandidaten met een hoogst maximaal inkomen van 36.000 euro die willen deelnemen aan een woonatelier om zelf met ondersteuning mogelijkheden te onderzoeken om hun woonprobleem op te lossen of woonideaal te realiseren. Hierbij staan de belevingen en ervaringen van de deelnemers centraal;
  2. Na een eerste kennismaking en gezamenlijke instemming hoe het atelier gaat werken, de rol van de deelnemers, de verwachtingen en mogelijke eindbeelden, volgen drie werkateliers.
  3. Een tussenrapportage (wat heeft het opgeleverd en wat leren we ervan) en wat zijn de mogelijkheden om innovatieve woonvormen in welke creatie ook, maar gebaseerd op eigenaarschap in welke vorm ook, verder uit te werken);
  4. Het uitwerken van een startdocument samen met de deelnemers waarmee een betreffende groep woningzoekenden verder kan om hun ideaal te realiseren, waarbij aangegeven wordt op welke onderdelen ondersteuning nodig is – want als we zo ver zijn moet de eindstreep ook gehaald worden.

 

Het voordeel van deze open fase-aanpak is dat per traject de kosten geïndiceerd kunnen worden. Om de pilot met absolute zorg aan te pakken is het niet anders dan dat we een beroep doen op externe professionals die goed bekend zijn met deze manier van werken en in staat zijn samen met de deelnemers nieuwe woonconcepten uit te werken. Er is dus geld nodig. Geld dat we vragen aan de gemeente en de woningcorporaties. We ramen dat voor het hele traject zo’n 80.000 euro nodig is. Voor de fase 1, 2 en 3 zal een 16.000 euro nodig zijn[13].  De bekostiging van traject 4 zal pas na de voorgaande processtappen exact kunnen worden aangegeven.

 

We vragen de gemeente en de drie woningcorporaties – met name onze eigen verhuurder, Ymere – ons verzoek financieel te honoreren.

 

De aansturing en verantwoording voor de pilot ligt bij de HVA. Wat niet wegneemt dat we elke inbreng van gemeente en/of corporaties, steun en/of deelname aan een te vormen stuurgroep voor de pilot, toejuichen. We staan open voor vormen van coproductie!

 

 

 

 

6.     Tot slot

 

Het maatschappelijk eigenaarschap hebben we in ons plan van aanpak 2019 centraal gesteld. In zo veel verhalen van huurders klinkt het ontbreken van maatschappelijk eigenaarschap steeds weer door. Voor ons reden om dit onderwerp bij de kop te pakken en dieper in te gaan op de maatschappelijke gevolgen als hier de boot gemist wordt.     Actieve participatie betekent de eigen regie pakken, niet achterover zitten. Niet alleen maar praten. Dit inzicht was een eyeopener en reden zelf actief een pilot van de grond te tillen.

 

We realiseren ons dat dit een flinke belasting oplevert. Want het gewone HVA-werk gaat door: de overleggen met de verhuurder, de SHY-activiteiten, de prestatieafspraken en de reguliere HVA-zaken. Op al deze fronten laten we ons horen, want we staan voor de belangen van de huurders.

 

We rekenen erop dat ons werkplan tot discussie leidt en bovenal tot het verkennen van nieuwe wegen. Zeker rekenen we erop dat er geld beschikbaar wordt gesteld om onze pilot te starten.

 

 

 

 

[1] De prestatieafspraken zijn het resultaat van het overleg tussen gemeente, lokale woningcorporaties en de vertegenwoordiging van de huurdersbelangenverenigingen (3HO) over onderwerpen die het sociale huursegment betreffen.

[2] Zoals geothermie of aansluiting op bestaande warmtebronnen.

[3] Cijfers zijn gebaseerd op berekeningen van Pricewise, december 2017.

[4] De woonruimteverdeling is gebaseerd op inschrijvingsduur en loten.  Door een beperkt aanbod nemen wachttijden toe en biedt loten statistisch nagenoeg geen oplossing. Voor regulier woningzoekenden neemt het segment aan te verwerven woningen steeds meer af door specifieke groepen met voorrang. Denk hierbij aan urgenten, extramuralisering, zorg, ex-delinquenten, statushouders, (buitenlandse) studenten, onderwijzers.

[5] Om de privacy te waarborgen is een andere naam gebruikt.

[6] matige huurverhoging in 2018 en regeling van duur naar betaalbaar.

 

[7] De onzichtbare hand is een term van Adam Smith (18e eeuw), een van de eerste economen. En duidt erop dat het kapitalisme geen wetten en overheden nodig heeft, maar zelf het beste voor iedereen bewerkstelligt.

[8] Uiteraard is het beeld aangescherpt om het pleidooi voor actieve participatie kracht bij te zetten

[9] Amalgama is een ander woord voor ontplofbaar mengsel

[10] Deprivatie is een algemeen gevoel van ontoereikendheid fysiek, en/of psychisch, en/of sociaal

 

[11] De organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) telt – september 2018 – 2,5 miljoen Nederlanders die problemen hebben met lezen, schrijven en rekenen. Meer dan de helft is in Nederland geboren en getogen. 57% is vrouw. Zij kunnen vaak wel een beetje lezen of schrijven, maar complexe woorden of lange zinnen en brieven van instanties begrijpen ze niet of ten dele. Een belangrijke belemmering om te kunnen participeren in een complexe samenleving.

[12] Om de privacy te waarborgen is een andere naam gebruikt

[13] Gebaseerd op: voorbereiding, werving, vier avonden en rapportage x marktuurtarief.

 

 

Omdat er iemand aan uw kant moet staan

 

 

 

 

Woningzoekenden en huurders willen erbij horen en niet aan de kant staan!

 

 

Een plan van aanpak…

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

 

In onze twee vorige werkplannen zijn we zeer uitvoerig ingegaan op de vastgelopen Almeerse sociale huurmarkt.

Nu is het woord markt hier een verwarrend begrip. Want voor de mensen met een kleine beurs bestaat er helemaal geen markt. Zij zijn geen eigenaar en dus geen consument die vrij kan kiezen. Voor hen rest een lange wachtrij, of ze vallen in de kloof tussen sociale huur en vrije sector. We toonden in de vorige werkplannen met veel rekenwerk en grafieken aan dat er een schreeuwend tekort is aan sociale huurwoningen en huurwoningen net even boven de huurprijsgrens. Gewapend met dit inzicht zijn we met de twee andere Almeerse huurdersverenigingen het overleg met de gemeente Almere en de drie woningcorporaties ingegaan. Het resultaat zijn de prestatieafspraken 2017 en 2018. Een eerste constatering nazomer 2018, is dat het geringe aantal nieuw te bouwen sociale huurwoningen in 2018 niet gehaald wordt.

We constateren ook wat anders: en dat is dat gemeente en Almeerse corporaties een deel van de schaarste menen te kunnen opvangen door groepen woningenzoekenden een speciale status te geven, met als gevolg dat reguliere woningzoekenden het nakijken hebben.

Dit is denken in schaarste waar volgens ons ook het idee van ‘het passend wonen’ in past. We komen hier in ons werkplan op terug.

 

Andere belangrijke onderwerpen van de prestatieafspraken zijn duurzaamheid, woonoverlast en innovaties op het terrein van vernieuwend wonen[1]. Twee corporaties spreken bovendien over het opzetten van wooncoöperaties.

 

Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp, niet alleen voor het milieu, ook voor de portemonnee van een huurder. Tot nu toe zien we meer gegoochel met cijfers dan dat een maximaal aantal woningen een energielabel B of beter, krijgen. Duurzaamheid is meer dan de gaskraan dichtdraaien en overschakelen op elektra of andere warmtebronnen[2]. Het draait om goede isolatie. Daar heeft een huurder geen invloed op. Wel betaalt hij als de woning niet goed is geïsoleerd gemiddeld 70 tot 150 euro per jaar extra aan energiebelasting en opslag duurzame energie[3]. Als de verhuurder wel een oudere woning afdoende isoleert, verhoogt dit de punten van de woningwaardering. Wat maakt dat de maximaal redelijke huur hoger wordt en bij een mutatie een hogere huur kan worden gevraagd, of als een huurder meer verdient dan het inkomen voor de huurtoeslaggrens de huurverhoging jaarlijks flink uitpakt. De HVA maakt zich er uiteraard sterk voor dat extra kosten van duurzaamheid en energietransitie niet bij de huurder terecht komen.

 

Woonoverlast neemt toe, melden de media. Zij weet wel hoe dit komt: de

individualisering. Maar deze constatering is te simpel. Plaatsen instanties zelf niet mede ‘problematische’ huurders in vaak al kwetsbare buurten? Interessanter is de vraag waaruit overlast precies bestaat en hoe daar het beste op kan worden ingespeeld. We tonen aan dat om overlast tegen te gaan een simpele aanpak beter werkt dan de inzet achteraf van een batterij aan dure professionals.

 

Innovaties op het terrein van vernieuwend wonen voor met name mensen met een kleine beurs komen niet van de grond. Gemeente en corporaties praten erover, bedenken wel oplossingen vóór de mensen, maar er volgt geen beweging.

We zien een bijzonder verschijnsel. Hoe meer een institutie denkt vóór de mensen, hoe meer zij mensen naar de zijlijn duwt en marginaliseert. Als je geen eigenaar kunt zijn van je eigen probleem, voel je ook geen verantwoordelijkheid voor de oplossing. We menen dat hier ook de wortel ligt voor een afnemende participatie. Mensen mogen participeren, maar wel binnen de kaders die een organisatie stelt. Logisch dat veel mensen daarvoor passen!

 

Waar we voor staan is goed en betaalbaar wonen in wijken waar je je thuis voelt. Maar ook staan we voor actieve participatie. In dit werkplan laten we de cijferbrij van het woningtekort achterwege. Cijfers en analyses vindt u uitvoerig terug in onze twee vorige werkplannen. Dat er betaalbare sociale huurwoningen bij moeten komen, is een voldongen feit. Dat we er alles aan doen om de belangen van de huurders van Ymere zo goed mogelijk te behartigen, spreekt voor zich. Zeker van belang bij al onze activiteiten zijn de leden van de HVA, de bewonerscommissies. Zij zijn de ambassadeurs in de buurtjes en woongebouwen en staan voor woonkwaliteit, leefbaarheid en sociale cohesie.

 

We beperken ons in dit werkplan tot één hoofdthema. Kort maar krachtig willen we een lans breken voor actieve participatie, voor eigenaarschap. We tonen voorbeelden. En geven aan hoe een totaal nieuwe weg kan worden ingeslagen. Een weg die organisaties tot nu toe, vaak onbewust, met tal van versperringen blokkeren.

 

 

In de navolgende hoofdstukken leest u over:

  1. Verdringing in de wachtrij
  2. Bühne oplossingen
  3. Eigenaarschap
  4. Actieve participatie – voorbeelden
  5. Pilot actieve participatie
  6. Tot slot

 

 

 

 

 

1.     Verdringing in de wachtrij

 

Woningzoekenden en huurders krijgen het steeds moeilijker in Almere. Woningzoekenden zien de wachttijden almaar oplopen. Ook loting biedt weinig soelaas, want de koek is klein. Specifieke groepen hebben ook nog eens voorrang. Voor reguliere woningzoekenden resten slechts wat kruimels[4].

 

De toestroom van Amsterdammers naar Almere neemt flink toe door de torenhoge kooprijzen in de hoofdstad. Dit, gevoegd bij de interne Almeerse koopvraag, levert een forse stijging op van de koopprijzen. Woningzoekenden en huurders met een inkomen net boven de huurprijsgrens zitten hierdoor klem. Een te hoog inkomen voor een schaarse sociale huurwoning en een te laag inkomen voor de vrije huursector en koopmarkt.

 

Door de hogere koopprijzen neemt ook de WOZ-waarde toe en daarmee de maximaal redelijke huur. Hierdoor ontstaat een verleidelijke keuze voor een corporatie om een huurder met een boven modaal inkomen een forse huurverhoging op te leggen, waardoor de woning tot flink in de vrije sector range terechtkomt. Zeker zeer problematisch als je niet kan kopen, omdat je te weinig inkomen hebt voor een markt waar de koopprijzen over de kop gaan.

 

 

2.     Bühne oplossingen

 

Corporaties denken na hoe enige beweging kan ontstaan in het klemmende sociale huurbestand. Zo wil een aantal verhuurders aan huurders die te groot wonen de keuze geven of verhuizen naar een kleinere woning, of, afhankelijk van het inkomen, een hogere huur betalen. Woon je te goedkoop dan geldt al dat jaarlijks de huur flink verhoogd kan worden. Maar de gedachte is om periodiek een exacte inkomenscheck uit te voeren en de huur op het actuele inkomen af te stemmen. Een pleidooi van een aantal woningcorporaties – het manifest Passend Wonen – om dit wettelijk mogelijk te maken, ligt inmiddels bij de minister.

 

Nog los van het feit dat dit schuiven is binnen de vierkante millimeter, ontkennen betreffende verhuurders hiermee een algemeen sociaal fenomeen. In de regel verhuizen mensen vanzelf wel als hun inkomen fors toeneemt. Bij een hoger inkomen ontstaan keuzes en kiest men voor meer passendheid, comfort en luxe. Juist de mensen met net een paar euro’s meer inkomen zijn hier de klos. Ouderen die zelf tot de conclusie komen dat ze kleiner willen wonen, zoeken zelf wel naar mogelijkheden – maar dan moeten er wel woningen op Woningnet worden aangeboden. Woningen die gewoon regulier verworven kunnen worden.

De verhuurders ontkennen nog meer. Het recht op wonen, het gevoel van eigenaarschap over je eigen woonstulp. En het ontstaan van uniforme, probleemwijken met uitsluitend kwetsbare bewoners met een krappe portemonnee.

 

Wat te denken van het voorbeeld van mevrouw De Boer[5]. Zij woont ‘te groot’ en te ‘goedkoop’. Mevrouw is 80 jaar en sinds drie jaar weduwe. Ze woont al 20 jaar in haar huurwoning. Af en toe komen haar drie kinderen over, die ver weg wonen, en blijven meestal een paar nachtjes slapen. Mevrouw de Boer is slecht ter been, maar de buurtjes regelen voor haar de wekelijkse boodschappen. Mevrouw is vertrouwd met haar buurtje, met de omgeving, en noemt het haar thuis. Maar dan valt er van de verhuurder op de mat….

 

Het lijkt wel in algemene zin of de focus van de corporaties meer is gericht op huurmaximalisatie dan op de belevingskant en het welzijn van woningzoekenden en huurders. Gelukkig bestaan er nuances zoals we ook zien bij onze eigen verhuurder[6].

 

Ingrijpende veranderingen brengen verhuurders met een veelheid aan moeilijke en vaak Engelse woorden. Het is een verdienste bij uitstek van de professionals dat het allemaal heel logisch klinkt. Maar als je het op je laat inwerken, voelt het als een ongemakkelijke ervaring, alsof je op een stekelvarken zit en net moet doen alsof je niks voelt.

 

Wat speelt is dat er te weinig sociale en betaalbare woningen voor handen zijn. En dat een huurwoning geen voorziening is, maar een thuis. Mensen zijn gehecht aan hun woning, omgeving, hun straat, hun buurtjes, hun huis. Het is een thuis, een deel van je identiteit. Het geeft sociale contacten, en zingeving.

 

Dat de nood onder vele groepen woningzoekenden groot is, blijkt wel uit het project de Aardbei. 80 huurders, jongeren tot 27 jaar, ontvingen onlangs hun sleutel. 620 jongeren die hadden gereageerd vielen buiten de boot. Bij de leeftijd van 32 jaar moet men de woning weer verlaten. Waar onze sociale verhuurders niet thuis gaven, regelde Socius Wonen de transformatie van dit kantoorpand. Een prima prestatie dat getuigt van lef en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Echter na vijf jaar mogen deze jongeren wel aanschuiven in de lange wachtrij van woningzoekenden.

 

We gaan er zonder enige twijfel vanuit dat de Almeerse corporaties het beste voor hebben met de mensen waarvan zij het moeten hebben. De mensen die met de maandelijkse huur zorgen voor de corporatieomzet, imposante kantoren, werkgelegenheid en carrières.  Helaas biedt geschuif in de marge van de woonruimteverdeling geen soelaas. Het is niet anders; er moet fors worden bijgebouwd!

 

 

3.     Eigenaarschap

 

Het mag duidelijk zijn dat de HVA geen kans onbenut laat om gemeente en corporaties aan te zetten tot meer sociale woningbouw. Maar we willen niet alleen op deze trom slaan.  We willen ook het moment gebruiken om een onderwerp te belichten dat door het actuele tumult volledig onderbelicht is: het maatschappelijk eigenaarschap.

 

We nemen een paar reuzenstappen door de geschiedenis van het wonen. De sociale woningbouw begon met de oprichting van vele kleine verenigingen, waar weliswaar notabelen de koers bepaalden, maar de zeggenschap bij de leden, de huurders, lag. Een neoliberale tsunami veranderde eind jaren 80 van de vorige eeuw dit vertrouwde decor.

Met een absoluut geloof in de vrije markt volgde ook een gekunstelde privatisering van de corporatiesector. De leden, de maatschappelijke eigenaren en door lokale belangen betrokken toezichthouders, werden overrompeld en buiten de deur gezet. Verenigingen werden stichtingen. De lijfspreuk werd: groot, groter, grootst.

Een onzichtbare hand zou de vrije markt wel bestieren en reguleren[7]. Geluk en welvaart zou iedereen toekomen. De schaduwzijde ervan was dat het eigenaarschap over iets dat zo belangrijk is, als het wonen, volledig uit beeld verdween.

Woningzoekende en huurder werden een cijfer, bytes, die statistisch benaderd en bewerkt worden.

 

Deze ontwikkeling roept een paradox op: aan de ene kant worden woningzoekenden en huurders op afstand gezet, wordt er voor hen gedacht, worden er over hun hoofden heen zaken geregeld en aan de andere kant worstelen corporaties met de vraag waarom huurders maar niet willen participeren, of waarom inspraakorganen nagenoeg alleen nog maar uit ouderen bestaan.

 

De antwoorden zijn simpel en ingrijpend. De betuttelfactor van corporaties ligt hoog. Wat zij verstaan onder participatie is institutionele participatie. Zij bepalen namelijk het spel, het speelveld en de spelregels.

 

Een eenvoudig voorbeeld. Je heet Guido, je bent 12 jaar en wilt voetballen. De plaatselijke voetbalvereniging is op een kwartiertje fietsen. Vader schrijft je digitaal in en op de eerstvolgende woensdagmiddag ga je op de fiets, een beetje verlegen maar nieuwsgierig, naar de club.

 

Stel nu dat er een vergissing in het spel is en Guido op de klaverjas voor ouderen terechtkomt. Daar wil hij niet zijn, ook al nodigen de kaarters hem uit eens een potje mee te spelen. Hij heeft er niets mee: het kaarten en de mensen raken hem niet. Want hij wil voetballen.

 

Nu heet je geen Guido, maar Mariska Je ben 28 jaar, woont nog thuis en staat al vanaf je 18e jaar ingeschreven bij Woningnet. Je reageert op de schaarse aanbiedingen die er zijn, je doet mee aan de loting, maar niets. Dan vraagt de corporatie via je ouders, huurders van de woning, of je wilt deelnemen aan een jongerenpanel of misschien wel belangstelling hebt voor een zetel in de huurdersraad. Je weet niet wat dit allemaal inhoudt. Een paar dagen kleppert de brievenbus. Een dikke enveloppe met allerlei beleidsstukken over participatie valt op de mat. Wat moet ik daarmee, denk je, ik wil een huis.

 

Actieve participatie lukt alleen als het aansluit op de leefwereld van een potentiele participant, als het zijn/haar probleem of verwachting, fascinatie, raakt. Dit betekent dat er veel meer in leeftijdsfasen gedacht moet worden. Zo heeft een jongere, een starter, heel andere problemen of toekomstbeelden, dan de leden van een beginnend gezin, of de oudere die net het laatste kind ziet uitvliegen, of de senior die van zijn rust geniet, goed woont en zijn opgebouwde levenswijsheid graag wil inzetten voor bijvoorbeeld het werk van een huurdersbelangenvereniging.

 

De grote makke is dat woningcorporaties, gemeenten en zorginstellingen zo groot en complex zijn geworden, dat ze star, log en bureaucratisch zijn. Alles wil men kunnen overzien, beheersen en controleren. Dit maakt een organisatie intern gericht. Als blijkt dat twee schakels niet goed aansluiten, zet men er een schakel tussen waardoor het systeem alleen maar groeit. Dit gebeurt intern, maar ook extern. Woningen toevoegen betekent in de Almeerse situatie buiten de eigen grenzen treden om creatief mogelijkheden aan te grijpen. Maar het is een ingeslepen routine om zich bij fricties te fixeren op wat nog enigszins hanteerbaar is. In ons geval van de woningschaarste, te morren aan de woningverdelingssystematiek.

 

Ingrijpende besluiten vinden bij maatschappelijke organisaties doorgaans binnenkamers plaats. Dat werkt koekoeksparticipatie in de hand. Bestuurders komen even uit hun koekoeksklok om een besluit mee te delen en gaan snel weer naar binnen. Natuurlijk mag je meepraten, maar de besluiten liggen vast. Je kunt praten wat je wilt, maar als een corporatie niet bijbouwt dan heb je het te doen met een toelichting[8].

 

 

 

Er zijn heel wat voorbeelden waaruit blijkt dat mensen verantwoordelijkheid nemen als ze ook mogen meebeslissen en meedoen. Het kernbegrip is maatschappelijk eigenaarschap. Zolang organisaties niet kunnen aansluiten op wat mensen echt bezighoudt, is alle streven naar participatie op voorhand een verloren zaak.

Anders gezegd: zelf kunnen meebeslissen in voor jou belangrijke kwesties en zelf kunnen meewerken aan een oplossing, maakt dat je er ook de verantwoordelijkheid voor wilt nemen. Beslissingsmacht en verantwoordelijkheid horen bij elkaar en vormen het fundament voor actieve participatie. Wie geen regie heeft over zijn eigen situatie voelt er weinig voor plannetjes van anderen uit te voeren.

 

We hebben het fundament voor actieve participatie beschreven. Er is echter nog meer aan de hand. Mensen voelen zich machteloos als er niet naar hun problemen, fascinaties, wat hen bezighoudt, wordt geluisterd. Als zij een steuntje in de rug missen om zo veel als mogelijk zelf hun probleem op te lossen. Als ze geen kans zien hun fascinaties en dromen waar te maken. Als je de dingen uit handen moet geven en stilzittend op de bank moet afwachten wanneer je voor een woning aan de beurt bent.

 

Afhankelijkheid werkt sterk door. Belangrijk is dat je zeggenschap hebt in je werk, in je persoonlijk leven, in je woon- en leefomgeving en in je contacten met instanties en hulpverleners. Wanneer dit ontbreekt ontstaat er samen met een lage opleiding en minder gezonde voeding, een gevaarlijk mengsel. Een amalgama[9] voor deprivatie en verminderde gezondheid[10]. Statistisch hebben mensen in een arme wijk in tegenstelling tot een rijke wijk een 10 jaar lagere levensverwachting en 19 jaar minder in goede gezondheid.

 

Ervaren gezondheid Utrechtse Volwassenen, volksgezondheidsmonitor.nl

 

Onlangs trof mij een opmerking van een huurder. Hij vertelde dat zijn zoon na de scheiding weer bij hem is ingetrokken, en dat daardoor de huurtoeslag nagenoeg wegviel. ‘Waarom zou ik in een huurdersraad deelnemen als praten over huurverhoging toch niks uitmaakt. Voorheen kreeg ik elk jaar gewoon meer huurtoeslag, nu een fikse huurverhoging, omdat we meer inkomen hebben. Daar doet geen moedertje lief wat aan’.   Wat hem en zijn zoon raken: is een huisvestingsprobleem!

 

Eigenlijk kun je het bovenstaande in twee woorden samenvatten. We zijn de menselijke maat kwijtgeraakt.

 

Zolang woningcorporaties systeemwaarden als efficiëntie, controle en doelmatigheid blijven verkiezen boven menswaarden zoals aandacht, vertrouwen en maatschappelijk eigenaarschap, blijft alles bij het oude.

 

Het is zeker lastig om als woningzoekende, huurder, eigenaarschap over voor jouw belangrijke zaken te claimen. Een organisatie heeft namelijk meer macht. De macht van een ‘machteloze’ is vaak beperkt tot klagen. Een organisatie heeft daarentegen een rijk gesorteerd palet aan macht:

  • Positiemacht (hij die uiteindelijk besluit),
  • Referentiemacht (de bestuurder, de professional, verscholen in een imposant gebouw, waartegen men opkijkt),
  • Deskundigheidsmacht (hij die op een bepaald gebied de kunde heeft, bepaalt),
  • Informatiemacht (hij die controle heeft over de informatie, deze kan delen of achterhouden),
  • Middelenmacht (hij die toegang heeft tot de middelen).

 

Dit maakt dat de relatie huurder en professional van een woningcorporatie per definitie hiërarchisch is. De professional heeft de institutionele logica, protocollen, wet-en regelgeving, taalvaardigheid en het eigen belang aan zijn kant. Zet dit eens af tegen een niet gering percentage huurders dat afhankelijk is van instanties, kampen met schulden, gezondheid en laaggeletterdheid[11].

 

De lange arm van corporaties reikt ver. Je zou denken dat buurtbewoners een medezeggenschap hebben in kwesties die het leefklimaat aangaan. De praktijk is weerbarstig. In nogal wat gevallen leggen verhuurders buurtbewoners allerlei regeltjes op als zij initiatieven nemen om bijvoorbeeld zelf de schoonmaak van een trappenhuis te regelen of een binnentuin op te fleuren. Dit is allemaal wel bekend en niet nieuw. Laten we eens een andere situatie bij de kop pakken – verwarde personen.

 

Steeds meer verwarde personen komen door de extramuralisering in buurtjes te wonen die in zichzelf al kwetsbaar zijn. Psychotisch gedrag is iets wat bij verwardheid veel voorkomt. Dit voelt voor direct omwonenden vreemd en beangstigend aan. Het spookt door hun hoofd; wat als er brand uitbreekt, wat als mogelijke agressie zich tegen mij richt, wat als ik voor de derde nacht opeen uit mijn slaap gehouden wordt door gekrijs of harde muziek. Vragen die opdoemen zijn; hoe pak ik dit aan, en hoe ga ik eigenlijk om met een verward persoon? Na wat incidenten bel je na verloop van tijd betreffende instanties. Het antwoord is: ja hoor, de situatie is ons bekend, we werken eraan…

Het is toch vreemd dat bij zo’n inbreuk op de leefbaarheid directe buurtbewoners, vooraf aan de huisvesting van een verwarde bewoner, niet geïnformeerd en gehoord worden. Dat er geen ruimte is voor hun zorgen, angsten en bezwaren. Absoluut een gemiste kans om in gezamenlijkheid een modus te vinden om het prettig en veilig wonen te borgen. Leefbaarheid is een co-productie!

 

Een reactie op een meer gelijkwaardige relatie tussen instanties en bewoners kan zijn dat bij eigenaren van koopwoningen toch ook geen buurtgesprek plaatsvindt. Dat klopt. Het verschil is dat huizenbezitters per definitie (economisch) eigenaar zijn, zij nagenoeg niet worden geconfronteerd met het inplaatsen van verwarde personen next door. Zij als praten niet helpt, zelfstandig juridische hulp kunnen inschakelen en zelfs een rechtelijke procedure kunnen opstarten.

 

Mevrouw Jongerius[12] maakte onlangs een bedreigende situatie mee met haar verwarde buurvrouw. Ze schetst een ingrijpend relaas en voegt hieraan toe: ‘je staat als omwonende gewoon in de kou…ik begrijp niet waarom ze niet een aantal woningen bij elkaar nemen en hier een verpleger of zo opzetten. Die kan toch dagelijks even langs om een praatje te maken en een oogje in het zeil te houden. Nu buitelen de hulpverleners over elkaar heen, staan buurtbewoners overal buiten, wat kost dat allemaal niet…’

 

Onderstaande tekening laat zien dat maatschappelijk eigenaarschap voldoet aan een primaire menselijke behoefte om erbij te horen en plezier te hebben in dingen die je zinvol vindt, maar dat de groene bal steeds kleiner wordt naarmate instanties invloed op essentiële delen van je leven overnemen.

 

 

Woningzoekenden en huurders meer eigenaarschap toekennen vraagt om een gekantelde organisatie. De piramide op de kop. Een directie die algemene lijnen en brede kaders uitzet, faciliteert en ruime bevoegdheden toekent aan de managers en medewerkers in de regiokantoren. De vraag voor hen is dan hoe gaan we om met de lokale volkshuisvestelijke knelpunten en hoe pakken we dit op in samenwerking met de belanghebbenden. Het resultaat is drieledig: 1. manager en medewerkers voelen zich eigenaar van benoemde knelpunten en verantwoordelijk voor de aanpak en het resultaat; 2. betrokken woningzoekenden en huurders ervaren dat er naar ze geluisterd wordt, dat ze gesteund worden en dat ze zich verantwoordelijk kunnen voelen, en 3; in gezamenlijkheid wordt er een succes geboekt in het oplossen van een knelpunt.

 

Door het kantelen van een woningcorporatie verdwijnt de term klant en consumptieve keuzevrijheid. Een nieuwe term treedt op de voorgrond: collectieve zeggenschap. Achter dit begrip gaat een wereld schuil van sociaal kapitaal en creativiteit.

Institutionele participatie is gericht op het waar maken van interne organisatiedoelen. Actieve participatie daarentegen geeft burgers de vrijheid terug. De mogelijkheid om mee te beslissen over zaken die van belang zijn. Waar ze zich met hart en ziel aan willen verbinden. Het activeert een maatschappelijk, democratisch bewustzijn en het doorbreekt de tweedeling tussen instanties en de mensen die nu aan de zijlaan staan.

 

 

 

Willen gemeente en de drie Almeerse corporaties echt inzetten op actieve participatie dan zullen zij een totaal andere weg moeten inslaan. Een kanteling van een organisatie is niet zomaar geklaard. Dat vergt visie, lef, uithoudingsvermogen en vooral tijd.

 

Voor de tussentijd willen wij direct al de weg inslaan van het maatschappelijk eigenaarschap en actieve participatie. Meer hierover onder het hoofdstuk ‘Pilot actieve participatie’.

Eerst gaan we in op een aantal sprekende voorbeelden van maatschappelijk eigenaarschap en actieve participatie.

 

 

4.     Actieve participatie

 

We schetsen ter illustratie van ons pleidooi eerst een voorbeeld waarin met name een woningcorporatie regelend, repressief en gericht op passieve participatie een spaak in het wiel steekt van actieve buurtbewoners die zich mede-eigenaar voelen van hun straat. Het tweede voorbeeld ontlenen we aan de gemeente Gent in België, waar we zien dat het ook anders kan.

 

Een prachtige zomer ligt nog maar even achter ons. Op een van de hete dagen vatte een aantal buurtbewoners van de wijk het Rode Dorp in Deventer het plan op een zwembad in de straat neer te zetten. Vol enthousiasme en plezier gingen ze aan de slag. Nadat de klus was geklaard sprongen en plonsden de kinderen in het heldere koele water. De vrolijkheid was echter van korte duur. De gemeente stak er een stokje voor, want het bad stond deels op de openbare weg en als er iets gebeurt is de gemeente aansprakelijk, en dat wilde ze niet.

Na veel heisa volgde er uiteindelijk een open gesprek. Afspraken werden gemaakt om de veiligheid te borgen, het bad moest worden ondersteund en iets verplaats van de openbare weg af. Eind goed al goed. Tot de betreffende woningcorporatie op het toneel verscheen. Het bad stond nu te dicht op de gevels en dat kan niet. Dus direct verwijderen. Bleek een gesprek met de gemeente mogelijk, de deur van de corporatie bleef dicht. Het antwoord was: of weghalen of er volgen juridische stappen.

 

Nadat het conflict de landelijke pers haalde, kwamen ook bewoners van andere wijken in actie en al snel verschenen er op meerdere pekken in de stad kleine zwembaden.

 

 

 

We verlaten Deventer en bezoeken Gent. Een aantal bewoners wilde meer met hun straat doen dan het alleen als parkeerplaats te benutten. Met de lokale supermarkt vonden ze een oplossing voor het parkeren. In de zomermaanden mocht de parkeerplaats van de super gebruikt worden. Vervolgens stapten ze naar de gemeente. Die keurde het plan niet af, maar stelde wel een aantal eisen in verband met de veiligheid en toegankelijkheid in geval van brand en ongevallen. Een aantal regels werd in gezamenlijkheid opgesteld waarop de gemeente zei hierin vertrouwen te hebben en voor de bewoners in de zomermaanden de straat te voorzien van meubilair en kunststof grasmatten. Dit initiatief werkte zo aanstekelijk dat andere straten met vergelijkbare voorstellen kwamen. In een interview vertelt een vrouw van dik in zeventig het volgende: ‘Ik woon hier al 40 jaar en sprak eigenlijk nooit met me buren, iedereen heeft het altijd druk hè. Gisteren belde de buurman aan of ik buiten wilde mee-eten. Heel gezellig, het buurmeisje zat bij me op schoot’.

 

 

De clou is helder. Actieve participatie ontstaat als mensen zich mede-eigenaar kunnen voelen, als het gaat om zaken die hen aan het hart liggen. In bovenstaande voorbeelden kwamen buurtbewoners zelf in actie. Bij woonruimte ligt het lastiger. De mogelijkheden om zelf iets aan je woonprobleem te doen, zijn beperkt, zeker als je de kennis ontbreekt om zelf aan de slag te gaan en je vastzit in het idee dat alleen een instantie je probleem kan oplossen. Geldt dit niet voor veel van de woningzoekenden in de lange wachtrij van Woningnet. Juist hier is een steuntje in de rug noodzakelijk. Wat is er mooier dan het mobiliseren van collectieve intelligentie. Als dat lukt, komen er mooie oplossingen.

 

 

5.     Pilot actieve participatie

 

We hebben in ons plan van aanpak 2019 een aantal knelpunten centraal gesteld. Het gebrek aan sociale huurwoningen, de trend dat het maatschappelijk eigenaarschap van bewoners steeds meer raakt ingeperkt, en passieve participatie versus actieve participatie.

 

Woningcorporaties hebben er belang bij, gelet op hun maatschappelijke functie en overheidsvoorschriften, dat het vlammetje van de participatie niet dooft. De gemeente heeft er belang bij, gelet op de prestatieafspraken, dat er innovatieve woonvormen tot stand komen, dat er sociale huurwoningen bijkomen, en zelfbouw en vormen van eigenaarschap ook voor lagere-inkomensgroepen bereikbaar worden. Het belang voor de gemeente is nog breder. Zo is er een transitie gaande in het sociaal domein. Het doel daarvan is: dat er meer aangesloten gaat worden op de eigen kracht van mensen, zodat de volgende maatschappelijke effecten bereikt worden:

  • Ontwikkelkansen, zodat ieder naar eigen kunnen kan meedoen;
  • Inwoners betrekken bij leef- en woonomgeving;
  • Versterken van sociale verbanden;
  • Het verhogen van de psychische en fysieke gezondheid;  Meer Almeerders financieel zelfredzaam;  Het oplossen van laaggeletterdheid.

 

Niet op de laatste plaats heeft ook de HVA een belang: het bereiken van meer eigenaarschap voor woningzoekenden en huurders. Het is overduidelijk dat echte zeggenschap over zaken die je raken, leidt tot ontwikkeling, sociale binding, participatie  en actie.

 

Eigenaarschap als fundament voor bovengenoemde maatschappelijke effecten.

 

 

Een doorbraak op dit vlak is nodig. Een pilot kan de nodige inzichten bieden om nieuwe  wegen uit te zetten om het eigenaarschap op vele vlakken van het wonen mogelijk te maken. We moeten door en niet blijven steken in mooie intenties.

 

De HVA zoekt contact met woningzoekenden. Het doel is een open dialoog aan te gaan over pijnpunten bij het verkrijgen van een woning, eigen ideeën over wonen en mogelijke oplossingen.

Er zal niet gewerkt worden met een voorgeprogrammeerde agenda. Het is een procesaanpak. De uitkomsten staan dus volledig open. Wij zullen initiatieven die ontstaan actief ondersteunen zonder hierbij de regie over te nemen. De deelnemers blijven zelf eigenaar van de ideeën en acties. Uiteraard zal vooraf aan deelnemers worden verteld dat de verkenning en mogelijke acties helemaal openstaan, maar dat er wel een basis uitgangspunt is: de HVA lost het probleem niet op, wel denkt zij mee en brengt zij haar kennis, ervaring en inzichten in.

 

De aanpak van de pilot kent een aantal fases:

  1. Het werven van kandidaten met een hoogst maximaal inkomen van 36.000 euro die willen deelnemen aan een woonatelier om zelf met ondersteuning mogelijkheden te onderzoeken om hun woonprobleem op te lossen of woonideaal te realiseren. Hierbij staan de belevingen en ervaringen van de deelnemers centraal;
  2. Na een eerste kennismaking en gezamenlijke instemming hoe het atelier gaat werken, de rol van de deelnemers, de verwachtingen en mogelijke eindbeelden, volgen drie werkateliers.
  3. Een tussenrapportage (wat heeft het opgeleverd en wat leren we ervan) en wat zijn de mogelijkheden om innovatieve woonvormen in welke creatie ook, maar gebaseerd op eigenaarschap in welke vorm ook, verder uit te werken);
  4. Het uitwerken van een startdocument samen met de deelnemers waarmee een betreffende groep woningzoekenden verder kan om hun ideaal te realiseren, waarbij aangegeven wordt op welke onderdelen ondersteuning nodig is – want als we zo ver zijn moet de eindstreep ook gehaald worden.

 

Het voordeel van deze open fase-aanpak is dat per traject de kosten geïndiceerd kunnen worden. Om de pilot met absolute zorg aan te pakken is het niet anders dan dat we een beroep doen op externe professionals die goed bekend zijn met deze manier van werken en in staat zijn samen met de deelnemers nieuwe woonconcepten uit te werken. Er is dus geld nodig. Geld dat we vragen aan de gemeente en de woningcorporaties. We ramen dat voor het hele traject zo’n 80.000 euro nodig is. Voor de fase 1, 2 en 3 zal een 16.000 euro nodig zijn[13].  De bekostiging van traject 4 zal pas na de voorgaande processtappen exact kunnen worden aangegeven.

 

We vragen de gemeente en de drie woningcorporaties – met name onze eigen verhuurder, Ymere – ons verzoek financieel te honoreren.

 

De aansturing en verantwoording voor de pilot ligt bij de HVA. Wat niet wegneemt dat we elke inbreng van gemeente en/of corporaties, steun en/of deelname aan een te vormen stuurgroep voor de pilot, toejuichen. We staan open voor vormen van coproductie!

 

 

 

 

6.     Tot slot

 

Het maatschappelijk eigenaarschap hebben we in ons plan van aanpak 2019 centraal gesteld. In zo veel verhalen van huurders klinkt het ontbreken van maatschappelijk eigenaarschap steeds weer door. Voor ons reden om dit onderwerp bij de kop te pakken en dieper in te gaan op de maatschappelijke gevolgen als hier de boot gemist wordt.     Actieve participatie betekent de eigen regie pakken, niet achterover zitten. Niet alleen maar praten. Dit inzicht was een eyeopener en reden zelf actief een pilot van de grond te tillen.

 

We realiseren ons dat dit een flinke belasting oplevert. Want het gewone HVA-werk gaat door: de overleggen met de verhuurder, de SHY-activiteiten, de prestatieafspraken en de reguliere HVA-zaken. Op al deze fronten laten we ons horen, want we staan voor de belangen van de huurders.

 

We rekenen erop dat ons werkplan tot discussie leidt en bovenal tot het verkennen van nieuwe wegen. Zeker rekenen we erop dat er geld beschikbaar wordt gesteld om onze pilot te starten.

 

 

 

 

[1] De prestatieafspraken zijn het resultaat van het overleg tussen gemeente, lokale woningcorporaties en de vertegenwoordiging van de huurdersbelangenverenigingen (3HO) over onderwerpen die het sociale huursegment betreffen.

[2] Zoals geothermie of aansluiting op bestaande warmtebronnen.

[3] Cijfers zijn gebaseerd op berekeningen van Pricewise, december 2017.

[4] De woonruimteverdeling is gebaseerd op inschrijvingsduur en loten.  Door een beperkt aanbod nemen wachttijden toe en biedt loten statistisch nagenoeg geen oplossing. Voor regulier woningzoekenden neemt het segment aan te verwerven woningen steeds meer af door specifieke groepen met voorrang. Denk hierbij aan urgenten, extramuralisering, zorg, ex-delinquenten, statushouders, (buitenlandse) studenten, onderwijzers.

[5] Om de privacy te waarborgen is een andere naam gebruikt.

[6] matige huurverhoging in 2018 en regeling van duur naar betaalbaar.

 

[7] De onzichtbare hand is een term van Adam Smith (18e eeuw), een van de eerste economen. En duidt erop dat het kapitalisme geen wetten en overheden nodig heeft, maar zelf het beste voor iedereen bewerkstelligt.

[8] Uiteraard is het beeld aangescherpt om het pleidooi voor actieve participatie kracht bij te zetten

[9] Amalgama is een ander woord voor ontplofbaar mengsel

[10] Deprivatie is een algemeen gevoel van ontoereikendheid fysiek, en/of psychisch, en/of sociaal

 

[11] De organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) telt – september 2018 – 2,5 miljoen Nederlanders die problemen hebben met lezen, schrijven en rekenen. Meer dan de helft is in Nederland geboren en getogen. 57% is vrouw. Zij kunnen vaak wel een beetje lezen of schrijven, maar complexe woorden of lange zinnen en brieven van instanties begrijpen ze niet of ten dele. Een belangrijke belemmering om te kunnen participeren in een complexe samenleving.

[12] Om de privacy te waarborgen is een andere naam gebruikt

[13] Gebaseerd op: voorbereiding, werving, vier avonden en rapportage x marktuurtarief.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Huurders Vereniging Almere